zaterdag 12 december 2009

Galena gaat treinen!

‘Hoe lang moeten we nog wachten?’, vraagt Galena ongeduldig aan haar moeder.
‘Nog vijf minuten, lieverd’, antwoordt haar moeder. Galena vind het allemaal wel erg spannend. Vandaag gaat ze voor de eerste keer met de trein reizen. ‘Treinen’, noemt haar moeder dat. Samen met mama gaat ze op bezoek bij oma. Oma woont ver weg, dus daarom gaan ze met de trein. Eerst gingen ze naar het station fietsen. Op het station moesten ze hun fietsen in rekken zetten. Galena had haar fiets naast de fiets van haar moeder gezet en met een mooi roze slot zitten ze nu aan elkaar vast.
En nu staan ze dus op het station te wachten op de trein. Maar waar blijft die trein nou? Hé, Galena hoort bellen rinkelen. Wat is dat nou? Ze vraag het aan mama. ‘Dat betekent dat de trein eraan komt en dat niemand meer mag oversteken bij het spoor. Het is net als een stoplicht’, zegt mama. Een stoplicht kent Galena wel. Wat grappig, een stoplicht met belletjes. Die mogen ze van Galena wel overal neerzetten!
Maar kijk, daar komt de trein! Galena doet een stap naar achteren, want de trein gaat nog best snel. Dan staat de trein stil en ze loopt samen met mama naar een deur. Met veel lawaai gaat de deur open en komen er mensen naar buiten. Dan kunnen ze eindelijk de trein instappen. Galena loopt met mama mee de trein in en een trap op. Een trap in een trein? Wat raar, denkt Galena. Als ze boven zijn, doet mama een glazen deur open en dan ziet Galena allemaal stoeltjes. ‘Waar wil je zitten?', vraagt mama. ‘Bij een raam, want dan kan ik alles zien', zegt Galena meteen. Ze lopen naar een plekje bij het raam en gaan zitten. Dan springt Galena gillend weer op.
‘We bewegen’ gilt ze. Mama lacht. ‘Ja, de trein is gaan rijden. Dan voel je dat we gaan bewegen. Ga maar weer zitten, Galena, je merkt er zo niets meer van.’ Galena gaat weer zitten. Wel raar hoor, die trein.
Galena kijkt naar buiten en wat is daar veel te zien! Huizen, bomen, scholen, auto’s, fietsers, mensen… zoveel! En het gaat allemaal zo snel, dat Galena niet meer weet waar ze kijken moet!
Plotseling zwaait de glazen deur open en komt er een meneer binnen. Galena schrikt ervan! Wie is die meneer? Hij lijkt wel op een politieman.
‘Uw vervoersbewijzen graag’, zegt de meneer. ‘Voetbewijzen?’ vraagt Galena. ‘Wat is dat meneer?’ De meneer en mama beginnen te lachen. ‘De vervoersbewijzen’, zegt mama, ‘zijn de kaartjes die we bij de machine hebben gekocht.’
‘Maar waarom moeten we die dan aan deze meneer geven? Is hij een politieman?’ vraagt Galena aan haar moeder. ‘Nee lieverd, hij is een conducteur. Hij moet kijken of iedereen in de trein wel een kaartje heeft. Want zonder kaartje, mag je niet met de trein reizen.’
Galena snapt het nu wel een beetje, maar ze vindt de meneer nog steeds op een politieman lijken. Mama geeft de meneer de kaartjes en de meneer doet ze tussen een tang en dan zitten er gaatjes in. ‘Met die gaatjes kun je zien dat de meneer jouw kaartjes heeft gezien’, zegt mama.
De meneer loopt weg en Galena kijkt weer door het raampje naar buiten. Wauw, wat gaat de trein snel! Galena ziet nu weilanden, koeien, slootjes en nog zoveel meer! Ze wordt er moe van en wrijft in haar ogen. Langzaam gaan haar ogen steeds een beetje verder dicht. En net voor ze in slaap valt denkt ze nog: als ik terug ben, ga ik dit allemaal aan Laange vertellen!